‘Hé hallo! Wij zijn er ook nog met onze principes!’

Blendle Klubblad

In aanloop naar ons vijfjarig jubileum, geven we je vijf zondagen een kijkje achter de schermen bij Blendle. Vandaag: hoe maken we je nieuwsbrief? Over samenwerking en strijd tussen mens, machine en de mysterieuze Nelson.

Ze zijn de poortwachters van je ochtendnieuws en ze zijn met z’n elven. Anne, Georgia, Tjeerd, Anouk, Anna, Bram, Cas, Thijs, Kim, Heleen, Laurens – soms versterkt door de mysterieuze Nelson, waarover later meer. Ze hebben een streng deurbeleid. Ze lezen – in ploegen – zo ongeveer de klok rond, vooral avonds en ’s nachts wanneer de kranten van de volgende dag bij hen zijn binnengekomen. Als zij een artikel prut vinden, zul jij dat verhaal nooit onder ogen krijgen in de nieuwsbrief.

Twee keer per dag vergaderen ze erover, niet zelden mondt zo’n overleg uit in verhitte discussies. Met een argument als ‘het gaat over Uber, dat vindt iedereen nou eenmaal leuk’ kom je niet weg, verzekert (eind)redacteur Kim Einder (29). “Je moet de rest echt met inhoudelijke argumenten overtuigen dat het een vet verhaal is.” 

Wesley en Yolanthe

Ze kiezen er vijftig per dag, die noemen ze ‘picks’. Een paar daarvan worden uitverkoren tot must reads. “Soms moet iedereen gewoon iets lezen over Trump of Syrië”, zegt Einder stellig. “Omdat dat belangrijk is.” Zo kan het gebeuren dat ze je een mail sturen met de aansporing: ‘Doe eens gek en lees wél iets over de waterschappen.’ De poortwachters weten heus wel dat het onderwerp de lezers geen klap interesseert, schrijven ze onderaan in de mail, maar met de waterschapsverkiezingen voor de deur willen ze de lezers ‘een klein beetje opvoeden’.

Subjectief? “We proberen neutraal te zijn. We leggen onze mening niet op, maar we willen wél een democratie die goed functioneert. Daar heb je goede journalistiek voor nodig”, legt Einder uit. Eens in de zoveel tijd keert weer het commentaar terug dat Blendle te links (en te wit) zou zijn. “Het makkelijkste tegenargument luidt: Kijk wat de media schrijven. De meeste zijn niet bepaald pro-Trump en pro-Brexit.” Toch doen de redactieleden hun best ook tegengeluid te ‘picken’. “Elsevier had bijvoorbeeld een opiniestuk tegen klimaatspijbelaars. Een heel zuur verhaal, maar wel goed onderbouwd. Het maakt dan niet uit dat Kim Einder het toevallig fantastisch vindt wat die kinderen allemaal hebben opgezet. Zo’n Elsevierverhaal komt juist in de nieuwsbrief.”

Om door de redactie ‘gepickt’ te worden moet een artikel dus goede journalistiek bevatten – een uiterst kritisch interview, een doorwrocht onderzoek, een heldere analyse. “Maar we kiezen ook artikelen die journalistiek niet zo sterk zijn, maar wél heel opvallend”, zegt Einder. “Een verkrachter die samen met zijn slachtoffer een boek schrijft. Dat je denkt: what the fuck.” Tot slot zoekt de redactie naar artikelen die herkenbaar of gewoon ‘lekker’ zijn. “Entertainment, ja. Uiteraard pick ik een verhaal over de scheiding van Wesley en Yolanthe. Maar dan wel het allerbeste stuk hè!” Einder grinnikt. “Voor zover dat kan uit de roddelbladen.”

De must reads krijgt iedere Blendle-gebruiker voorgeschoteld – gemiddeld een stuk of vier per dag, maar in theorie kunnen het er ook twaalf zijn of slechts één. De overige ‘gepickte’ artikelen belanden in een poule. Tot zover de macht van het elfkoppige uitsmijtersteam.

De machine beslist

Daarna is het aan die andere macht: het Algoritme, ook wel bekend als ‘Het Systeem’ (en vroeger, niemand weet waarom, noemde iedereen het Kevin). Het Systeem kiest per gebruiker de best passende artikelen uit de poule: je vriendin krijgt dus een andere selectie voorgeschoteld dan jij. Om te berekenen hoe goed een artikel bij je past, kijkt het algoritme naar je leesgedrag, vertelt Jasper Oosterman (33), één van de datawetenschappers achter Het Systeem. Blendle onthoudt op welke artikelen je klikt: welke onderwerpen je vaak leest, uit welke krant, van welke auteur. Op die voorkeuren stemt het Systeem de selectie uit de poule af. “We nemen ook mee wat gebruikers niet willen. Als ze bij een column van Sylvia Witteman vaak drukken op de ‘dit is niets voor mij’-knop, berekent het Systeem de volgende keer een lagere score bij zo’n gepickte column”, legt Oosterman uit.

Om de artikelen te kunnen matchen met de gebruikers, moet het Systeem niet alleen de voorkeuren van de gebruikers kennen, maar ook de kenmerken van de artikelen. Daarom hangt ‘ie  labels aan alle 1500 artikelen die dagelijks voorbijkomen. Zo’n label bevat bijvoorbeeld de auteursnaam, of de lengte van een artikel, maar ook ingewikkelder zaken zoals genre of onderwerp. “Het systeem weet zoiets niet uit zichzelf. We moeten hem leren te bedenken waar een artikel bijvoorbeeld over gaat”, zegt Oosterman. De redactieleden helpen het Systeem daarbij. Einder tegen Oosterman: “Hoe goed het systeem ook is – complimenten – de redactie moet een hoop corrigeren. Hij vindt het bijvoorbeeld lastig om hoofdonderwerpen van bijzaken te onderscheiden.”

Maar ook medewerkers van vlees en bloed hebben zo hun beperkingen. “Tijdgebrek”, zegt Oosterman. “Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de redactie dagelijks zo’n tweehonderd verhalen mist die wél heel interessant zijn.” Daarom leert het algoritme nu de keuzes van de redactie na te bootsen. “Sinds kort brengen we iedere week een mini-editie uit: drie oude, tijdloze artikelen over één onderwerp, bijvoorbeeld jaloezie. Die stukken vist het algoritme zélf uit ons archief van zo’n 10 miljoen artikelen – alles wat sinds 2014 is verschenen.” Ook in dit geval controleert de redactie het Systeem: dat het niet drie verhalen zijn over omgaan met een jaloerse ex, bijvoorbeeld. “Wel super coherent!”, zegt Oosterman triomfantelijk. Einder, droog: “Tegenwoordig is ‘ie er wat beter in, maar het was een hele bevalling.”

Een mooie samenwerking tussen mens en machine – of is ‘strijd’ een betere benaming? “We zien ze niet als de vijand, nee”, zegt Einder met een knikje naar Oosterman. “Maar soms vraag je je wel af wat die gasten aan het doen zijn. Dan horen wij op de redactie dat er weer iets is geautomatiseerd: ‘Hé, hallo! Wij zijn er ook nog met onze journalistieke principes!” Zo was er het ‘experimentje’ om een aantal nieuwsbriefartikelen niet door de redactie, maar rechtstreeks door het Systeem te laten kiezen. “Het ging een paar keer goed”, zegt Oosterman voorzichtig. Einder: “Het was geen succes.” Oosterman: “Het ging dus ook wel eens mis. Dan stonden er slechte artikelen in de nieuwsbrief. De redactieleden waren het daar totaal niet mee eens, maar hun namen stonden onderaan die brief.” Met een stralende glimlach: “Dat was niet zo goed voor de relatie tussen data en redactie.”

Nelson op het nachtkastje

Inmiddels is alles weer koek en ei tussen mens en machine. De poortwachters van vlees en bloed hebben weer het alleenrecht over het picks. “Het is grappig”, zegt Einder tegen Oosterman. “Wij vinden ons werk onmisbaar, en jullie vinden dat ook van jullie werk. Maar we kunnen ook niet zonder elkaar. Zonder jullie zouden wij maar één standaard nieuwsbrief kunnen maken, we zouden niet kunnen personaliseren. En jullie zouden nergens zijn zonder redactieleden die de artikelen uitkiezen.” Ook niet als het Systeem nog een tijdje doorleert en heel slim wordt? Einder, resoluut: “Nee, want dan heb je geen verrassingsfactor meer.” Oosterman knikt. “Op basis van de data zou het Systeem nooit een waterschapsverhaal kiezen, want hij weet dat er op dat onderwerp niet geklikt wordt. Ook een Wes&Yo-artikel zou er bij het Systeem niet door komen, want hij heeft van de redacteuren geleerd dat dat geen serieuze journalistiek is.”

Vandaar dus al die namen onderaan de nieuwsbrief: allemaal van redactieleden van vlees en bloed. En soms van Nelson de Nokia. “Dat is de paniektelefoon van de redactie die per toerbeurt bij één van ons op het nachtkastje ligt”, vertelt Einder. “De redactie zet ’s nachts de nieuwsbrief al grotendeels klaar, één redactielid staat om vijf uur ’s ochtends op om hem af te ronden en op de verzend-knop te drukken. Maar soms gaat er wat fout: een krant verschijnt bijvoorbeeld ineens niet in Blendle. Dan is er paniek, en bel je naar Nelson de Nokia. Degene met de Nelson pakt dan in alle vroegte zijn laptop in bed en helpt mee. ‘Nelson’ onderaan de nieuwsbrief betekent: Shit hit the fan, maar we hebben het samen toch maar weer gefixt. Hier is ook vandaag gewoon weer je nieuwsbrief.”